Samir A. en Bilal L. proberen nu kinderen van IS-strijders naar Nederland te halen

Kinderen uit IS-families wachten bij de Syrische stad Baghouz tot ze naar een kamp in Al-Hasakah worden gebracht. Bilal en Samir zamelen geld in om vrouwen en kinderen in IS-gebied te helpen. Beeld Eddy van Wessel

VOLKSKRANT | Het gesprek is een uur aan de gang als de foto’s op tafel komen. Op een telefoon laten Samir A. en Bilal L. een vrolijk groepsportret zien van drie kinderen met fiets en skippybal. Ze zoomen in op de gezichten van twee lachende meisjes, Hafsa en Safiya, de dochters van mede-Hofstad-veroordeelde Jermaine W. ‘Dit was twee jaar geleden in Raqqa.’

Dan gaan ze naar een foto van vijf kindjes, enkele weken geleden in de belegerde stad Baghouz. Weer staan Hafsa en Safiya erop. Nu met bleke gezichten, doffe ogen en ingevallen wangen. Een lach is nergens meer te bekennen. ‘Deze heeft een longontsteking’, zegt Samir. ‘Ze hadden in die tijd met het hele gezin maar één klein kuipje chocopasta per dag te eten.’